Openslaande tuindeuren geven licht en ruimte, maar veel bewoners vergeten één ding. Je gebruikt bijna altijd maar één van de twee deuren. De andere deur gaat alleen open als het mooi weer is of als er een bank of kast door moet. Juist die deur is vaak het zwakste punt van de hele achtergevel.


Volgens de overheidscampagne tegen woninginbraak komt ongeveer 36 procent van de inbrekers binnen via de achterdeur en 21 procent via de voordeur. Hieronder lees je waar een inbreker bij openslaande deuren op let en welke eisen het Politiekeurmerk Veilig Wonen per deur stelt. Je leest ook hoe dievenklauwen en een espagnolet werken en wat je zelf kunt doen.

Waarom openslaande deuren een zwakke plek zijn

Bij een gewone achterdeur zit het slot op één plek en sluit de deur tegen een vast kozijn. Bij openslaande deuren sluiten twee deuren tegen elkaar. In het midden zit geen kozijn, alleen een smalle aanslag waar de deuren elkaar overlappen. In die middennaad zet een inbreker zijn schroevendraaier of koevoet.


Daar komt bij dat tuindeuren aan de achterkant van het huis zitten. Een schutting of heg is prettig voor je privacy, maar daardoor kan een inbreker er ook ongezien zijn gang gaan. Hij kan rustig kijken welke deur het minst stevig vastzit, en dat is bijna altijd de deur die je zelden gebruikt.


Een derde punt is de draairichting. Veel tuindeuren draaien naar buiten open, zodat ze in de kamer geen ruimte innemen. De scharnieren zitten dan aan de buitenkant. Wie de pennen uit de scharnieren tikt, kan de deur aan de scharnierzijde uit het kozijn trekken, ook als de deur nog op slot zit. Verderop lees je hoe je dat voorkomt.

Loopdeur en standdeur: twee deuren, twee taken

Een slotenmaker maakt bij openslaande deuren onderscheid tussen twee deuren. De loopdeur is de deur met de kruk en het slot die je dagelijks openmaakt. De standdeur staat meestal vast en gaat alleen open als je beide deuren tegelijk wilt openzetten.


Die twee deuren hebben elk een eigen taak. De schoten van het slot op de loopdeur vallen in de sluitplaat op de standdeur. De standdeur moet dus zelf stevig vastzitten in het kozijn, boven en onder. Staat de standdeur los, dan heeft het beste slot op de loopdeur weinig waarde. Een inbreker duwt dan beide deuren samen naar binnen of trekt ze samen naar buiten.


Daarom beoordeelt het politiekeurmerk de twee deuren apart. Voor de loopdeur gelden andere eisen dan voor de standdeur. Wil je je tuindeuren beter beveiligen, begin dan met de vraag: hoe zit de standdeur nu vast?


De standdeur vastzetten

Op veel oudere standdeuren zitten kantschuiven. Dat zijn grendels in de kopse kant van de deur, die je met een hendeltje omhoog in de bovendorpel en omlaag in de onderdorpel schuift. Ze houden de deur op zijn plek als je de loopdeur dichtdoet. Gewone kantschuiven tellen in de beveiligingsrichtlijn van het politiekeurmerk niet mee. Daar gaat het om gecertificeerde sloten of grendels met minimaal één SKG-ster.


Die richtlijn noemt voor de standdeur van houten dubbele deuren deze mogelijkheden:

  • Twee oplegsloten of twee insteeksloten met één SKG-ster. Eén slot zit hoog en één laag, zodat de deur op twee plekken vastzit.
  • Een opbouwespagnolet met twee SKG-sterren. Dat is een stang aan de binnenkant van de deur die met één handeling boven en onder in het kozijn schiet.
  • Een espagnolet met twee SKG-sterren, als de loopdeur een meerpuntssluiting met twee sterren heeft.


Een espagnolet heeft als voordeel dat je met één beweging boven en onder vergrendelt. Je vergeet dus minder snel een grendel. Bij een afsluitbare espagnolet zit er een cilinder of slotje op de bediening, zodat een inbreker die door een ingetikte ruit reikt de espagnolet niet zomaar kan openen.

Welke oplossing past, hangt af van de deur. Een dunne of oude deur biedt soms te weinig hout om een slot in te bouwen. Dan is een opbouwvariant of een extra oplegslot vaak de praktische keuze.

De loopdeur: hoofdslot, bijzetslot of meerpuntssluiting

De loopdeur is de deur die je elke dag gebruikt. Hier zit het hoofdslot met de cilinder. Volgens de richtlijn van het politiekeurmerk kan de loopdeur van een houten dubbele deur op verschillende manieren voldoen:

  • een hoofdinsteekslot met twee SKG-sterren;
  • een hoofdslot met twee oplegsloten met één SKG-ster;
  • een hoofdinsteekslot met één SKG-ster plus een bijzetslot met één ster;
  • een meerpuntssluiting met twee SKG-sterren;
  • een opbouwespagnolet met twee SKG-sterren, of een espagnolet met twee sterren in combinatie met een meerpuntssluiting met twee sterren.


Een bijzetslot is een extra slot naast het hoofdslot. De richtlijn noemt een bijzetslot op kniehoogte, op 40 tot 50 centimeter van de onderkant van de deur. Daarmee zit de deur op twee hoogtes vast en kan een inbreker de onderkant minder makkelijk openwrikken.


Een meerpuntssluiting doet dat werk in één keer. Draai je de sleutel om, dan gaan er boven, in het midden en onder schoten in de sluitplaat. Bij openslaande deuren grijpen die schoten in de standdeur, dus de standdeur moet dan ook goed vastzitten. Bij naar buiten draaiende kunststof dubbele deuren vraagt de richtlijn daarom een meerpuntssluiting met twee SKG-sterren met een bijbehorende espagnolet.

Naar buiten draaiend? Dan tellen de scharnieren mee

Bij deuren die naar binnen draaien zitten de scharnieren aan de binnenkant. Daar kan een inbreker niet bij. Bij deuren die naar buiten draaien zitten de scharnieren buiten, met de pennen in het zicht. Zonder pennen houdt alleen het slot de deur nog vast. Met een koevoet aan de scharnierzijde wrikt een inbreker hem alsnog los.


Dievenklauwen lossen dat op. Een dievenklauw is een stalen pen of nok aan de scharnierzijde van de deur, die in een gat in het kozijn valt als de deur dicht is. Ook zonder scharnierpennen trekt niemand de deur dan aan die kant uit het kozijn.

Het politiekeurmerk vraagt voor naar buiten draaiende houten dubbele deuren per deur ten minste drie inbraakwerende scharnieren met twee SKG-sterren, of drie gewone scharnieren plus drie dievenklauwen met twee SKG-sterren. Voor naar buiten draaiende kunststof dubbele deuren noemt de richtlijn per deur twee scharnieren met een set dievenklauwen met twee SKG-sterren, of een gecertificeerde scharnierset.


Dievenklauwen zijn een van de goedkoopste verbeteringen aan een tuindeur. Het meeste werk is het precies uitboren van het kozijn, zodat de deur soepel blijft sluiten.

Cilinder en beslag

Ook bij een goed slot blijft de cilinder een aanvalspunt. Bij cilindertrekken draait een inbreker een schroef in de cilinder en trekt die met kracht uit het slot. Daarna draait hij het slot met een schroevendraaier open. Een cilinder die ver buiten het beslag uitsteekt, is daar extra gevoelig voor, en kan ook worden afgebroken.


Volgens de richtlijn van het politiekeurmerk mag een cilinder in combinatie met gecertificeerd inbraakwerend beslag maximaal 3 millimeter uitsteken. Sinds 1 april 2014 geldt de eis van een cilindertrekbeveiliging van 15 kN, en alle cilinders met drie SKG-sterren hebben die. Lees meer over hoe kerntrekbeveiliging in het beslag werkt.


Bij tuindeuren wordt het beslag vaak vergeten. De voordeur krijgt na een inbraak in de buurt nieuw veiligheidsbeslag, terwijl op de tuindeur nog het oorspronkelijke beslag zit met de schroefjes aan de buitenkant. Kijk dus ook eens naar de buitenkant van je loopdeur: zie je schroeven, dan kan een inbreker die losdraaien.

Glas in de deur

Openslaande tuindeuren hebben bijna altijd veel glas. Dat is mooi, maar het betekent ook dat een inbreker een ruit kan inslaan en naar binnen kan reiken. Zit de sleutel aan de binnenkant in het slot, of heeft de espagnolet geen slotje, dan draait hij de deur zo open.


Het politiekeurmerk telt alleen glas van klasse P4A als inbraakwerend glas. Gehard glas, letselveiligheidsglas met één folie en glas-in-lood tellen niet mee. Zit er al gelaagd glas van minimaal klasse P2A in de deur, dan hoeft dat volgens de richtlijn niet vervangen te worden door P4A.


Weet je niet welk glas je hebt? Soms staat in de hoek van de ruit een stempel of code van de fabrikant. Staat er niets, dan kan een glaszetter dat beoordelen. Heb je gewoon dubbel glas zonder inbraakwerende laag, dan is het extra belangrijk dat de bediening afsluitbaar is en dat er geen sleutel in het slot blijft zitten.

Wat het politiekeurmerk vraagt, deur voor deur

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen werkt met SKG-sterren. Volgens de beveiligingsrichtlijn is een product met twee sterren op zichzelf goed voor drie minuten inbraakwerendheid. Een product met één ster haalt dat niet alleen. Daarom vraagt de richtlijn aan de sluitzijde van een deur ten minste één product met twee sterren, of twee producten met één ster. Op een rij voor openslaande deuren:


  • Loopdeur, sluitzijde: een hoofdinsteekslot of meerpuntssluiting met twee sterren, of een hoofdslot gecombineerd met extra sloten.
  • Standdeur, sluitzijde: twee oplegsloten of insteeksloten met één ster, of een espagnolet met twee sterren.
  • Beide deuren, scharnierzijde (als de deuren naar buiten draaien): inbraakwerende scharnieren met twee sterren, of gewone scharnieren met dievenklauwen met twee sterren.
  • Cilinder: maximaal 3 millimeter uitstekend, met cilindertrekbeveiliging.
  • Glas: klasse P4A als het als inbraakwerend moet tellen.


Voor nieuwbouw is inbraakwerendheid al langer geregeld. Sinds 1999 geldt voor nieuwbouwwoningen weerstandsklasse 2 volgens NEN 5096, destijds vastgelegd in het Bouwbesluit. Woon je in een woning van vóór die tijd, dan is de kans groter dat je tuindeuren nog het oorspronkelijke hang- en sluitwerk hebben.

Zelf doen of een slotenmaker laten komen

Een paar dingen kun je zelf. Een oplegslot op de binnenkant van een houten deur schroeven lukt de meeste handige mensen. Een set dievenklauwen plaatsen kan ook, als je nauwkeurig kunt boren, zodat de deur daarna nog goed sluit.


Lastiger wordt het bij werk ín de deur. Voor een insteekslot, een ingebouwde espagnolet of een meerpuntssluiting moet er in de kopse kant van de deur worden gefreesd. Een paar millimeter verkeerd en de schoten vallen niet meer goed in de sluitplaat, of de deur gaat klemmen. Bij kunststof en aluminium deuren zit het slot vaak in een profiel dat bij het merk van de deur hoort. Daar heb je onderdelen nodig die precies passen.


Laat het werk ook door een vakman doen als je het politiekeurmerk wilt halen of als je verzekeraar eisen stelt. De overheidsbrochure over woninginbraak raadt aan om sloten te laten plaatsen door een bedrijf dat erkend is voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Een slotenmaker kijkt dan meteen naar het geheel: loopdeur, standdeur, scharnieren, beslag en glas. Heb je ook een schuifpui? Lees dan onze uitleg over het vervangen van een schuifpuislot.


Wat kost het?

De kosten hangen af van wat er al op je deuren zit en wat er nodig is. Een paar richtbedragen:

  • Dievenklauwen: een set van drie met twee SKG-sterren kost in de bouwmarkt rond de tien euro. Daar komt het plaatsen bij.
  • Nieuwe cilinder: een cilinder met drie SKG-sterren kost bij SleutelBoss ongeveer 65 tot 100 euro. Montage is meestal een half uur tot een uur werk.
  • Meerpuntssluiting: voor het plaatsen van een meerpuntssluiting plannen wij een dagdeel in.
  • Complete set voor de voordeur: cilinder, SKG-beslag en plaatsing beginnen bij ons rond de 275 euro.


Voor openslaande deuren komt daar het werk aan de standdeur bij. Een extra oplegslot is snel geplaatst. Een espagnolet inbouwen kost meer tijd. Omdat elke deur anders is, geven wij vooraf een richtbedrag, zodat je weet waar je aan toe bent.


Zet daar tegenover wat een inbraak kost: schade aan deur en kozijn, gestolen spullen en het eigen risico van je verzekering. Sommige verzekeraars geven daarnaast korting op de inboedelverzekering als je woning het politiekeurmerk heeft.

Gewoontes die net zo veel uitmaken

Het beste hang- en sluitwerk helpt alleen als je het ook gebruikt. Bij tuindeuren gaat het vaak mis bij kleine dingen.


  • Vergrendel ook de standdeur. Na een zomeravond met beide deuren open houdt soms alleen de dagschoot van de loopdeur de standdeur nog dicht. Zet de grendels of de espagnolet altijd weer vast.
  • Draai de loopdeur op slot. Een deur die alleen in de dagschoot valt, is met een pasje of plaatje open te wippen.
  • Haal de sleutel uit het slot. Laat nooit de sleutel aan de binnenkant van het slot zitten, zo staat in de overheidsbrochure. Hang hem 's nachts aan een haakje bij de deur.
  • Laat geen trapje of ladder in de tuin staan. Ook een kliko onder een raam helpt een inbreker naar boven.
  • Zorg voor licht. Een lamp met bewegingsmelder bij de achtergevel maakt het minder aantrekkelijk om daar ongezien bezig te zijn.


Bij een vrijblijvend beveiligingsadvies aan huis kijken we naar je voordeur, achterdeur, tuindeuren en ramen tegelijk. Je krijgt dan een voorstel met vaste prijzen en ziet zelf wat het meeste oplevert.

Bronnen

Onderwerp Bron
Ongeveer 43 procent van de inbrekers komt binnen via het raam, 36 procent via de achterdeur en 21 procent via de voordeur; laat nooit de sleutel aan de binnenkant van het slot zitten; laat sloten plaatsen door een PKVW-erkend bedrijf; sommige verzekeraars geven korting op de inboedelverzekering bij een PKVW-certificaat. brochure Voorkom woninginbraken, campagne Maak het ze niet te makkelijk (december 2023).
Eisen voor loopdeur en standdeur van houten dubbele deuren, scharnieren en dievenklauwen bij naar buiten draaiende deuren, kunststof dubbele deuren met meerpuntssluiting en espagnolet, bijzetslot op 40 tot 50 centimeter. Beveiligingsrichtlijn Politiekeurmerk Veilig Wonen, CCV (versie juli 2021).
Een product met twee SKG-sterren haalt zelfstandig drie minuten inbraakwerendheid; sluitzijde ten minste één product met twee sterren of twee producten met één ster. Beveiligingsrichtlijn Politiekeurmerk Veilig Wonen, CCV (versie juli 2021).
Cilinder maximaal 3 millimeter uitstekend bij gecertificeerd beslag; cilindertrekbeveiliging van 15 kN sinds 1 april 2014; alle SKG***-cilinders hebben die beveiliging. Beveiligingsrichtlijn Politiekeurmerk Veilig Wonen, CCV (versie juli 2021).
Inbraakwerend glas is klasse P4A; gehard glas, letselveiligheidsglas met één folie en glas-in-lood tellen niet mee; al aanwezig gelaagd glas van minimaal P2A hoeft niet vervangen te worden door P4A. Beveiligingsrichtlijn Politiekeurmerk Veilig Wonen, CCV (versie juli 2021).
Sinds 1999 weerstandsklasse 2 volgens NEN 5096 aangewezen in het Bouwbesluit voor nieuwbouwwoningen. Omgevingsweb, Nederland schakelt over op Europese norm voor inbraakwerendheid.

Veelgestelde vragen

Zijn openslaande deuren minder veilig dan een gewone achterdeur?

Ze hebben wel meer zwakke plekken. Er zit geen kozijn in het midden, de standdeur moet apart vastzitten en bij naar buiten draaiende deuren zitten de scharnieren buiten. Met het juiste hang- en sluitwerk halen openslaande deuren hetzelfde niveau van het politiekeurmerk als een gewone deur.

Wat is een espagnolet?

Een espagnolet is een stang op of in de standdeur die tegelijk in de bovendorpel en de onderdorpel schiet. De deur zit dan op twee plekken vast. Voor het politiekeurmerk moet een espagnolet twee SKG-sterren hebben. Een afsluitbare espagnolet heeft een cilinder of slotje, zodat niemand hem via een ingetikte ruit kan openen.

Heb ik dievenklauwen nodig?

Alleen als je deuren naar buiten draaien. Dan zitten de scharnieren buiten en kan een inbreker de pennen eruittikken. Dievenklauwen houden de deur aan de scharnierzijde in het kozijn. Bij naar binnen draaiende deuren zitten de scharnieren binnen en zijn dievenklauwen niet nodig.

Welk slot heb ik nodig voor het politiekeurmerk?

Voor de loopdeur een hoofdinsteekslot of meerpuntssluiting met twee SKG-sterren, of een hoofdslot met extra sloten. Voor de standdeur twee oplegsloten of insteeksloten met één ster, of een espagnolet met twee sterren. Daarnaast tellen de cilinder, het beslag, de scharnieren en het glas mee.

Kan ik achteraf een meerpuntssluiting in mijn tuindeuren laten zetten?

Vaak wel, maar het hangt af van de deur. De deur moet dik genoeg zijn om de sluiting in te frezen, en de standdeur moet stevig genoeg vastzitten om de schoten op te vangen. Een slotenmaker kijkt ter plekke of het kan en wat er aan de standdeur moet gebeuren.